CONCLUSIE:

Onder normale omstandigheden is er voor de inspanning op recreantenniveau  voldoende energie (glycogeen) in het lichaam gebufferd om b.v. 2 uur te kunnen tennissen. Extra toevoer in de vorm van snelle koolhydraten direct voor of tijdens de wedstrijd is niet nodig tenzij het lichaam er om vraagt. Bij het niet gebruiken ervan wordt de extra toevoer n.l. opgeslagen als vet. Veel drinken is zeer aan te raden. 2% minder lichaamsvocht betekent 30% minder energie beschikbaar.

Beheerst ”duursporten” (hartslag +/- 110 sl/min) in het derde sub-systeem is de manier voor het verminderen van lichaamsgewicht.

Voor de geïnteresseerden: Het is even doordouwen!!

Inleiding:

Om de spieren te laten samentrekken is er energie nodig.

Deze energie wordt geleverd door de in beperkte mate ( voor enkele seconden arbeid) aanwezige ATP. (Adenosine-TriFosfaat).

Splitsing van ATP geeft ADP+P+energie. ( ADP= Adenosine difosfaat). De energie is het product waar de spieren op werken, zoals benzine dat is voor de benzinemotor. Willen wij de spier(en) langer laten werken dan die enkele seconden, dan is het nodig nieuwe “brandstof” aan te maken.

Dit kan plaats vinden door onder invloed van drie energie-sub-systemen P weer aan ADP te binden tot ATP.

Het eerste sub-systeem:

In de spieren ligt CP (creatine-fosfaat) opgeslagen voor +/- 20 sec. arbeid en is direct beschikbaar om als de ATP voorraad door geleverde inspanning erg klein wordt, ADP+P weer samen te voegen tot ATP. Dit systeem dient ter overbrugging als de twee volgende systemen nog niet op gang gekomen zijn.

De Chemische reactie: CP+3ADP +3P-à C+P+energie.+ 3ADP+3P-à C+P+3ATP. Dus bij het splitsen van een molecule CP ontstaat de nodige eerste energiestroom om ADP+P om te zetten tot # mol.ATP. Men noemt dit ook wel het anaerobe alactisch systeem omdat er geen zuurstof bij gebruikt wordt. Er ontstaat geen afval (melkzuur).

 

 

Het tweede sub-systeem:

 

 

Dit is het anaerobe lactisch (verzurend) systeem, dat koolhydraten(suikers) afbreekt zonder zuurstof te gebruiken. Hierbij komt energie en melkzuur vrij. Het systeem heeft zeker in de beginperiode van grote krachtinspanning een groot aandeel in de energievoorziening ter overbrugging naar het derde systeem omdat het derde systeem nogal veel tijd nodig heeft om op gang te komen.

Het vrijkomende melkzuur wordt opgeslagen in de spieren en veroorzaakt vermoeidheid en pijn in de benen, het z.g. verzuren. (Denk aan wedstrijd-schaatsen; is een korte felle inspanning op topcapaciteit ).

De oorzaak ligt in de vraag naar energie met als bijproduct meer melkzuur dan er aan afvoervermogen aanwezig is. Logisch lijkt het dan om in aanvang geen overmatig beroep te doen op dit tweede systeem maar door een beheerste warming-up de verhouding toevoer- en afvoer in evenwicht te houden en zodoende het derde sub-systeem voldoende kans te geven op te starten en na +/ 60 sec. de energietaak over te nemen.

 

 

 

Het derde sub-systeem: (aerobe-systeem)

 

 

Hierin worden koolhydraten afgebroken met behulp van zuurstof. Het levert per gram koolhydraten 18x meer energie dan het anaerobe-systeem en kan bovendien vetten afbreken.

Door deze eigenschappen is dit een onuitputtelijke energiebron. De vrijgekomen afvalstoffen,(kooldioxide en water), zijn niet schadelijk en worden resp. door zweten en ademen afgevoerd uit het lichaam.

Nadeel: Per tijdseenheid levert het beduidend minder energie dan de beide andere systemen. Door middel van training ( b.v het Versa-trainingsplan) kan het 3e systeem echter wel degelijk een zeer grote hoeveelheid energie genereren. Bij duurinspanningen ( b.v. marathon/ triatlon en marathonschaatsen) neemt dit systeem het leeuwendeel van de energievoorziening voor zijn rekening. (is goed te gebruiken tegen overgewicht!)

Voorbeeld:

tour– en marathonsporters maken in grote mate gebruik van het derde systeem.

Na aanlopen willen zij immers in hun eigen ritme de route afleggen. Het is dan ook zaak deze systemen te trainen, wat niet uitsluit dat er ook dan nog wel eens verzuring kan optreden als gevolg van extra onvoorziene inspanningen zoals tegenwind en/of slecht ijs of gewoon te hard willen. Het derde systeem kan immers de energie daarvoor nodig zo snel niet leveren, zodat ongewild het tweede (vuile) systeem het tekort moet aanvullen.

Wielrenners (tijdrijden) en 10 KM- wedstrijdschaatsers starten in het 1e en gaan meteen door in   het 2e subsysteem. De overgang mag geen tijd kosten. Zij kampen dan ook altijd met verzuring en veel pijn in de laatste kilometers omdat zij altijd sneller willen/moeten en min of meer roofbouw plegen op hun energievermogen. Bij ongecontroleerd snel starten komen zij zich  halverwege al tegen.

 

JOHBO.

 

Er wordt verschillend gedacht over het opbouwen van spierconditie.

Meer eenduidigheid is er over de brandstof(energie) die nodig is voor de  spierwerking .   Wie/wat levert die energie!

 

De spierwerking van ons lichaam.

Spieren en motoriek!

· Juice Plus = t/m 2012 de voeding– suppletie voor het gehele Duits Olympische team!! Ook voor U ??

              Juice Plus®™